De eis

 

Officier van justitie Damen begint aan zijn requisitoir dat hij zal afsluiten met een eis. Hij wil er vooraf op wijzen dat hij niet per se een bekende voetballer wil straffen. Hij zegt dat in deze zaak regelmatig mensen worden vervolgd vanwege verkeersmisdrijven. Er gaat een preventieve werking van uit, als daarover wordt bericht.

 

Damen zegt over de snelheid dat er volgens de inzittenden van de auto 50 tot 60 werd gereden. Technisch onderzoek, op basis van een slipspoor op de weg door zijdelingse gang van de auto, heeft niets kunnen uitwijzen over de snelheid. Er is ook geen vergelijkingsmateriaal. “Ik heb voor het verwijt van te hard rijden geen bewijs”, aldus Damen.

 

In de auto werd er geginnegapt. Er werd gesproken over de wedstrijd. Janssen speelde voor het eerst tegen zijn oude club. Hij lette daardoor niet voldoende op. “Hij raakte de macht over het stuur kwijt, dat is evident. Het was een nieuwe auto zonder mankementen. Hij reed met drie passagiers op een wegdek dat nat was en een lange flauwe bocht maakte. Daar ging hij rechtdoor. Het wijkt af van goed bestuurdersschap. Daar komt nog bij dat verdachte vier keer teveel alcohol in zijn bloed had.

 

Officier Damen: “We hebben het over 0,8. Voor juniorbestuurders geldt niet 0,5 maar 0,2 promille. Ook in het vervolg van de rit wordt niet passend gereageerd door bij te remmen, raakt of schampt een boom en kantelt. Mijn voorlopige conclusie is, dat als je zo de controle kwijtraakt en die controle niet weet terug te krijgen, dan ben je aanmerkelijk onvoorzichtig in het rijden.

 

Damen zegt dat er mogelijk sprake was van aquaplaning. “Kon de verdachte er daardoor niets aan doen? Er waren geen diepe sporen, er was geen sprake van een hoosbui. Meneer Janssen had zicht op de weg voor hem. De auto had geen versleten banden. De VW Tiguan is een redelijk zware auto. De snelheid was niet erg hoog. Ik vind het gaan drijven op een filmpje van water erg onwaarschijnlijk”.

 

“Bovendien was de situatie waarin Janssen terecht kwam overzichtelijk en te voorzien. Hij had zijn gedrag naar die situatie moeten richten. Dan iets over een mogelijk technisch defect. De dossiers van de politie of dat van advocaat Nan, vindt er geen aanwijzing van. Janssen had geen klachten over vreemd rijgedrag van de auto. ER is sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijden. Er staat niets in de weg om dit Janssen toe te rekenen”.

 

Over het letsel zegt Damen dat het letsel van Moeliker gekwalificeerd kan worden als zwaar lichamelijk letsel. ER is nog steeds geen zicht op volledig herstel. Ook hier vraagt Damen zich af of dit geheel aan Janssen te wijten is, omdat Moeliker geen gordel droeg. Hij wijst op een uitspraak van de Hoge Raad die ertoe leidt dat het volledige Letsel aan Janssen kan worden toegerekend.

 

Damen gaat naar de eist toe: “We praten over een middencategorie als het om zwaarte gaat. Maar daar komt de alcohol bij als strafverzwarende omstandigheid”. Het eigen letsel, noch de publiciteit kan volgens de officier strafverminderend werken. Ook Damen heeft alle artikelen gelezen, maar vindt dat Janssen terecht moet staan ‘net als al die anderen’.

 

De officier wil er wel rekening mee houden dat Janssen zo veel aandacht heeft gehad voor het slachtoffer Moeliker. Het is een voorbeeld voor anderen. Verder is het voor het eerst dat Janssen voor de rechter staat. Hij eist een werkstraf van 120 uur en een rijontzegging van twaalf maanden waarvan zes voorwaardelijk. Dat betekent dat hij 21 mei weer mag rijden. Dat is de dag van het vonnis.