|
Volledig profiel B. op moordhemd
ZWOLLE/04-02-2010 - De van lustmoord, verkrachting en kinderporno verdachte Geert B. (49) uit Glanerbrug heeft mogelijk ook een Pools meisje misbruikt dat enige tijd met haar moeder bij hem in huis heeft gewoond. Het meisje dat niet meer in Nederland is, komt voor in het strafdossier. Het Openbaar Ministerie vervolgt B. echter niet hiervoor.
In Zwolle had gisteren de tweede proformazitting tegen B. plaats. Hij wordt verdacht van de lustmoord op het meisje Semiha Metin 1991 in Deventer, van verkrachting van zijn buurmeisje in Glanerbrug, van verkrachting van een meisje uit Lonneker, en van het maken, hebben en verspreiden van kinderporno.
De zitting bracht nieuwe gegevens naar boven. B. is in 1991 korte tijd verdachte geweest van de lustmoord, maar werd uitgesloten uit de kring van verdachten na bloedonderzoek. Het Nederlands Forensisch Instituut heeft nu na heronderzoek vastgesteld dat deze uitsluiting toen onjuist was.
Semiha werd gewurgd met het nachthemd van haar moeder. Een van de speekselsporen daarop levert een volledig DNA-profiel op dat identiek is aan dat van Geert B. Een tweede spoor levert een mengprofiel op dat ook overeenkomsten met B. heeft.
Advocaat J.B. Kalk wil dat een deskundige alle DNA-sporen onderzoekt, bestudeert hoe ermee is omgegaan en de waarde ervan beoordeelt. De advocaat sluit niet uit dat er van alles door elkaar is gehaald. Liefst zou hij helemaal opnieuw DNA aan het nachthemd laten vaststellen, maar dat kan niet. Het hemd is spoorloos verdwenen ergens op een politiebureau in Deventer. Er waren wel sporen veilig gesteld door er lapjes uit te knippen. Die zijn echter al opgebruikt door onderzoekers.
Een psychiater en een psycholoog hebben B. onderzocht. Zij vinden dat hij tbs met dwangverpleging moet krijgen als hij wordt veroordeeld. B. heeft zijn advocaat gevraagd hem te laten onderzoeken in het Pieter Baancentrum in Utrecht. Volgende week donderdag maakt de rechtbank bekend aan welke onderzoekswensen van Kalk ze tegemoet komt.
het volledige verslag van de zitting:
Rechtbank Zwolle, 4 februari 2010
Tweede proforma zitting
De zitting begint met verwarring over de vraag of Geert B. komt. Rechtbankpresident F. Koster deelt mee dat er net een afstandsverklaring is binnengekomen. Dat betekent dat Geert afziet van de komst naar Zwolle, vanuit de gevangenis in Almelo. Advocaat J.B. Kalk is gemachtigd voor hem de zaak te doen.
Officier van justitie Van der Werf neemt de uitgebreide aanklacht door:
de lustmoord op het meisje Semiha Metin in 1991 in Deventer
Verkrachting in 2009 van zijn buurmeisje in Glanerbrug,
Ontucht met haar in een langere periode, samen met een ander
Kinderporno maken van haar, samen met een ander
18.419 kinderpornografische afbeeldingen heeft gemaakt en verspreid
In 2000/2001 een meisje in Lonneker verkrachtte
Er zijn geen bandopnamen van verhoren van B. in 1991 en 2003 toen de moord op Semiha als cold case kort opnieuw werd bekeken.
Advocaat Kalk heeft schriftelijk diverse verzoeken tot het horen van getuigen en deskundigen ingediend. Hij mag dat toelichten.
Kalk zegt: ik heb volledige medewerking gekregen om al het materiaal in te zien. We hebben nog diverse onderzoekswensen. Client heeft in 2009 bij verhoren diverse bekentenissen afgelegd. Er is bovendien allerlei bewijs van kinderporno en ontucht met het buurmeisje. Hij is eerder veroordeeld en er is eerder kinderporno op zijn computer aangetroffen. Waarom dan toch nog getuigen oproepen, het zal toch wel duidelijk zijn? Dan zal hij de moord toch ook wel hebben gedaan. Uitgangspunt blijft echter de onschuldpresumptie. Hij is onschuldig tot het tegendeel is bewezen.
Ten aanzien van de DNA-hit: het is geen garantie voor de bewezenverklaring. Het zijn sporen die heel lang geleden zijn verzameld en door vele handen zijn gegaan. Terwijl het spoor bij zijn buurmeisje niet volledig is. Het beoordelen van een match blijft mensenwerk.
De chain of custody is onvolledig, er kan DNA zijn verwisseld, er kan contaminatie zijn geweest van diverse sporen, ook het identiteitszegel kan zijn verwisseld.
Kalk waarschuwt voor te hoge verwachtingen van technisch bewijs als de DNA hit. “Forensische technisch bewijs is een goed hulpmiddel, maar controle is vereist.”
Kalk zegt dat de bekentenissen van B. complete onzin zijn. De psyche van hem moet nauwkeurig worden onderzocht in combinatie met zijn medicijngebruik.
Het Proce verbaal van de overdracht sporen in 1991 (er staat: het nachthemd lijkt niet in een knoop te hebben gezeten ,maar enkel bij de uiteinden te zijn vastgepakt.) wij willen weten waarop dit is gebaseerd en wat dat betekent.
Pv. Telefonische uitslag 2003. onderzoek speekselpreparaten in het nachthemd of aan de buitenzijde ervan.
Deskundigenrapportage 2003: drie sporen op het hemd: een bijzonder profiel, een spoor van Semiha, een spoor van moeder. Er zou zijn gezegd dat het bijzondere spoor niet dat van B. is.
In 2005 zijn er volgens een rapport sporen bekeken en kwam er een nieuwe verdachte in beeld: Kalk wil weten wie dat was en waarom hij werd verdacht.
Kalk: “B. hutselt van alles door elkaar. De namen van slachtoffers lijken door hem willekeurig te worden genoemd en te worden gekoppeld aan de woon- of delictplaatsen. Hij knoopt jaartallen aan de verkeerde verdenkingen. Ik acht niet uitgesloten dat hij steeds hetzelfde feit bekend om maar van de verhoren af te zijn. Steeds komen weer dezelfde elementen naar voren: niet naar binnen geweest, wel likken en wrijven tussen de benen. Ik heb de indruk dat B. dermate in de war was dat de politie hem alles kon laten verklaren. B. heeft zelf tegen mij op geen enkel moment verteld dat hij een bekentenis had afgelegd. Ik kwam er achter via de stukken, terwijl ik vrijwel iedere dag met hem contact had.
Uw rechtbank heeft de oma van het buurmeisje van B. uit Glanerbrug vrijgesproken van betrokkenheid. B. beschuldigde haar daarvan. De rechtbank achtte toen zijn uitlatingen onbetrouwbaar”.
Kalk legt diverse uitlatingen van B. voor die pertinent onjuist zijn. Daaronder:
De politie blijkt een infiltrant te hebben ingezet, die zo dicht bij B. kwam dat B. ‘als we straks vrij zijn, we samen een huis zoeken’. Zo stelde hij dat Semiha in het ziekenhuis nog werd gehoord. En stelde hij dat hij veroordeeld werd voor de moord maar ook dat hij ervan was vrijgesproken. Kalk wil dat een deskundige naar de geestesvermogen B. kijkt.
Kalk vertelt dat B. tijdens de verhoren omeprasol gebruikte dat verwardheid en allerlei psychische bijverschijnselen kan veroorzaken. In de gevangenis kreeg hij bovendien een antidepressivum met eveneens mogelijk bijverschijnselen. B. probeerde zijn cel in brand te steken en gaf aan zelfmoord te willen plegen. Kalk wil dat een deskundige de invloed van medicatie op B. beoordeelt.
Chain of custody: er moet worden nagegaan of het materiaal op juiste wijzen is opgespoord en verwerkt. De chain of custody die het NFI maakte is echter onvolledig.
Nadere onderzoeken zijn nodig: de methode van veiligstellen en bewaren van het DNA-spoor uit 1991.
Wie heeft het onderzoek naar het DNA onderzoek in 2003 uitgevoerd en hoe, kan er subjectiviteit zijn ingeslopen. Wie en wanneer heeft identiteitszegels aangebracht?
Was de onderzoeker deskundig?
Ik wil de volgende getuigen horen, personen die het bewijs op het nachthemd in handen hebben gehad. Er zijn immers tegenstrijdige verklaringen: het spoor kan eerst niet dat van B. zijn en in 2009 komt toch een match.
Hoe zijn de verbalisanten ermee omgegaan: W. en L.
Rechercheur O. waarom vijf dagen voordat het op bestemming aankwam. Achter in auto bewaard.
K. van het gerechtelijk laboratorium en arts T.: kan er contaminatie van bloedsporen hebben plaatsgevonden.
Ik wil graag nader onderzoek laten doen naar de kwaliteit en de interpretatie van DNA-onderzoek tot nu toe. De verdediging kan dat niet alleen. We willen ons laten bijstaan door een deskundige.
We vragen de piekprofielen aan het dossier toe te voegen. Wij kunnen nu niet controleren of er sprake is van een volledig profiel en een volledige match.
We willen graag een onderzoek naar greepsporen op het nachthemd. De officier zegt dat dit niet kan omdat het nachthemd er niet meer is. Dat betreur ik, het had ontlastend kunnen zijn. B. zegt haar niet te hebben gewurgd.
Ik wil opnames zien van de verhoren in 2009 in Oldenzaal.
Tenslotte vraag ik opname en observatie in het Pieter Baan Centrum in Utrecht. Geert B. stelt daar meer vertrouwen in dan in de deskundigen die tot nog toe naar hem hebben gekeken.
Rechter wil een toelichting op de vragen over het DNA-onderzoek in 2003.
Kalk: Uit het materiaal dat in 1991 is verzameld is in 2003 een extract gemaakt. Hij wil weten welke rol dat heeft gespeeld.
De officier reageert:
1. ik vind dat de verzoeken moeten worden afgezet tegen het noodzaakcriterium en niet het verdedigingsbelang, zoals de advocaat stelt. Met enige welwillendheid, dat wel. Veel stukken waren ruim op tijd en de advocaat had op basis daarvan al eerder verzoeken kunnen indienen.
2. de chain of custody moet helder worden. Een begrijpelijk verzoek. 14 februari 1991 eind van de middag heeft de politie het nachthemd veilig gesteld. Op 19 februari is het naar het gerechtelijk laboratorium gegaan. Het is wel goed om vast te stellen wat er tussen die dagen is gebeurd.
3. de sporenmatrix is 2003 opgesteld door het landelijk team kindermoorden. Om te kijken wat er nog te doen is. Ze zijn ook naar het NFI gegaan om te kijken wat het NFI had genoteerd/gedaan. Ergens op een werkblad staat over het hemd: “lijkt niet in de knoop te hebben gezeten, maar aan de uiteinden vastgehouden”. Dit komt uit van een aantekening, maar niet van een rapport. Er is dus geen rapport.
De speekselsporen zaten op uitgeknipte stukjes van het nachthemd van de moeder. Die zijn wel bewaard. Maar er kon later niet worden vastgesteld of het spoor op de binnen of de buitenkant van het hemd zaten. Het is een aantekeningen van een telefonisch doorgegeven uitslag. Dit is wat er over is. Niet meer.
Dat geldt ook voor de mededelingen over een ‘bijzonder profiel’. Er zijn geen stukken die ontbreken.
Ik denk dat het ook niet noodzakelijk is het NFI te vragen hierover nog iets op papier te zetten.
4. er heeft niemand anders vastgezeten voor deze zaak. Er is nog wel een heer D. in beeld geweest, omdat hij een zedendelict had begaan dat overeenkomsten had. Maar na DNA-onderzoek viel hij af.
5. er wordt geschetst dat B. onjuist verklaard. Dat is ook zo, maar op andere punten wordt het door feitelijkheden onderbouwd. De rapporten van het NIFP: ook bij de psychiater en de psycholoog verklaart B. wisselend. Er is geen aanleiding om een deskundige nog eens naar de betrouwbaarheid van zijn uitlatingen te laten kijken. Hij komt theatraal over, plaatst zich in een slachtofferrol, komt berekenend over, er is sprake van een bepaalde sluwheid. Het is aan de rechtbank te bepalen wat uiteindelijk voor waar kan worden aangenomen.
Het is evenmin noodzakelijk een deskundige naar het medicijngebruik te laten kijken.
6. er is uitleg gegeven waarom in 1991 het bloed van B. dat toen werd afgenomen, niet matchte met het speeksel profiel. Er was sprake van een vals negatieve uitslag.
2003 heeft niets opgeleverd. Ik begrijp niet wat de vraag over 2003 is. In 2003 is een volledig DNA-profiel uit het nachthemd vastgesteld. Er is toen vrijwillig bloed afgenomen bij diverse mannen. Boer werd uitgenodigd, maar hij wilde niet meewerken.
7. De getuigen van het NFI zijn overbodig. Sommigen kunnen schriftelijk nog reageren.
8. Ik hoor nergens gemotiveerd waarom de rapportages over het DNA niet deugen. Het meest belastende profiel is een volledig profiel. Daar zitten helemaal geen aanleiding in om te denken dat niet de juiste conclusie is getrokken.
9. ik heb geen bezwaar tegen het Pieter Baan Centrum.
10. de woonkamergesprekken bij de politie. Die zijn gevoerd met de infiltrant. De verdediging wil de band. Dan is de infiltrant met stemherkenning te horen. Mijn voorstel is de woonkamergesprekken integraal uit te werken. Die kunnen dan worden afgezet tegenover de proces verbalen over wat de infiltrant heeft gezegd. Infiltranten moeten zoveel mogelijk worden beschermd.
Advocaat Kalk: waarom staat zoiets cruciaals als dat het nachthemd niet in de knoop zat maar aan de uiteinden lijkt te zijn vastgehouden, niet in een proces verbaal. We hebben het hier wel over het moordwapen.
Ik kan in mijn dossier niet terugvinden wie in 2003 de monsters heeft omgezet in extracten en daar weer DNA-profielen heeft uitgehaald. Ik wil weten wie wat waar heeft gedaan.
De rechtbank doet 11 februari uitspraak over de onderzoekswensen van de advocaat.
Het Openbaar Ministerie verdenkt de 49-jarige Geert B. uit Glanerbrug van een lustmoord op een meisje in Deventer in 1991. Hij wordt ook verdacht van het maken van kinderporno met zijn Glanerbrugse buurmeisje. Onderzoek daarna leverde een DNA-spoor op dat overeen schijnt te komen met een DNA-spoor in Deventer. 10 november 2009 had bij de rechtbank in Zwolle de eerste proforma-zitting plaats. 4 februari 2010 is de volgende zitting. Naar verwachting komt het nog niet tot een inhoudelijke behandeling. Advocaat J.B. Kalk komt dan met diverse onderzoekswensen. Hij wil onder meer een deskundige laten kijken naar de DNA-sporen.
Hier volgt het verslag van de zitting 10 november 2009 in Zwolle.
Geert B. bezeten van kinderporno
ENSCHEDE – Geert B.. (49) uit Glanerbrug bekent dat hij Semiha Metin (8) uit Deventer seksueel heeft misbruikt. Hij blijft ontkennen dat hij het meisje heeft vermoord.
De eerste zitting tegen .B.., gisteren voor de rechtbank in .Zwolle., bracht schokkende feiten aan het licht. .B.. lijkt bezeten van kinderporno. De politie vond bij hem ruim 20.000 foto's en filmpjes, waaronder opnamen van zijn buurmeisje in Glanerbrug. .B.. wordt bovendien verdacht van ontucht met een ander meisje in de gemeente Enschede in 2000 of 2001.
De politie Twente kwam er volgens het openbaar ministerie in 2006 vanwege technische problemen en een gebrek aan mankracht niet aan toe om een kinderpornozaak tegen .B.. tijdig op te pakken. Die zaak werd begin 2009 als verouderd geseponeerd. Nu blijkt .B. gewoon volop met het maken, bekijken en verspreiden van kinderporno te zijn doorgegaan.
Pas na onderzoek wordt bepaald of .B.. ter observatie naar het Pieter Baancentrum in Utrecht moet.
B. misbruikte zeker vijf meisjes
(vervolg verslag 10 november 2009)
ZWOLLE - De kalende en bebaarde Geert B. kijkt de officier van justitie voortdurend aan als zij duidelijk maakt dat ze hem verdenkt van de moord in 1991 op Semiha Metin. Hij draagt een grijs jack dat hij in de rechtbank van Zwolle niet uittrekt. B. maakt een naïeve en verwarde indruk. Als de rechter zegt dat B. in Glanerbrug woont, zegt B. dat hij in Deventer staat ingeschreven, terwijl hij vragend achterom kijkt naar zijn raadsman. Als advocaat J. B. Kalk niet van plan is te verzoeken hem voorlopig in vrijheid te stellen, doet B. dat zelf; mensen in de gevangenis hebben hem dat aangeraden. "Dan huur ik een woning in de flat achter Grolsch en kan de politie me oppakken als ik Enschede of Glanerbrug uit ga", zei hij.
B. werd in juli opgepakt vanwege seksueel misbruik van zijn buurmeisje. DNA-onderzoek bracht hem in verband met de moord in 1991 op Semiha. B. woonde toen in Deventer en was verdachte. De moord is nooit opgelost. In zijn tienerjaren werd B. al eens veroordeeld voor ontucht met een meisje in het pleeggezin waarin hij opgroeide.
Oud en nieuw onderzoek en moderne DNA-technieken hebben de officier ervan overtuigd dat B. de lustmoordenaar van Semiha was. In 1991 wist hij te vertellen dat Semiha een pyjama met een beertje erop droeg. Hij zou dat vanuit zijn flat hebben gezien. Onderzoek toen leverde op dat het vanuit zijn flat niet mogelijk was om bij Metin naar binnen te kijken. Speeksel op het kledingstuk waarmee Semiha om het leven werd gebracht bevat DNA dat van B. blijkt. Overigens zijn er ook sporen van haar moeder en haar stiefvader. Gisteren werd bekend dat B. heeft toegegeven dat hij Semiha onzedelijk heeft betast. Hij ontkent echter de moord.
Advocaat Kalk twijfelt aan de waarheid van B.'s bekentenis. Geert B. gaf in 1991 tijdens het moordonderzoek toe een ander meisje te hebben misbruikt. Kalk sluit niet uit dat hij nu van alles door elkaar haalt. Tijdens het onderzoek dit jaar stuitte de politie op een vijfde slachtoffer van B. Het gaat om een meisje dat in 2000 bij haar oma in de gemeente Enschede woonde. Officier Van der Werf wil niet bekendmaken om welke plek het gaat, maar bronnen melden dat het Lonneker zou betreffen, waar B. een tijdje woonde.
Het onderzoek naar de betrokkenheid van een goede kennis van B., bij wie ook kinderporno is gevonden, loopt nog.
In februari is de voortzetting van de zaak tegen B. gepland. In die maand staat ook de oma van het misbruikte buurmeisje uit Glanerbrug terecht voor haar hulp aan B. bij het maken van kinderporno. Zij zit niet meer vast. De rechtbank oordeelde december dat geen bewijs voor haar betrokkenheid is.
Ontkennende oppas-oma: vrijspraak op alle punten
ZWOLLE/GLANERBRUG - De 51-jarige als 'ontuchtoma' omschreven Inge O. uit Enschede is gisteren door de Zwolse rechtbank vrijgesproken van verkrachting en seksueel misbruik van haar kleindochtertje - toen amper drie jaar oud - in Glanerbrug. Ook achtten de rechters niet wettig en overtuigend bewezen dat de van meet af aan ontkennende oppas-oma buurman Geert B. (49) hielp bij het maken van kinderporno. Dat stond op zijn computer. B. wordt behalve van ontucht met dit meisje ook verdacht van de lustmoord op zijn toenmalige Turkse buurmeisje Semita Metin (8), in 1993 in Deventer. Er is een DNA-match; B. ontkent. Tegen Inge O. eiste het Openbaar Ministerie twee jaar cel. Volgens officier van justitie Simone van de Werf handelde de Enschedese uit geldelijk gewin. Ze droeg daar geen bewijs voor aan. Geert B. legde belastende verklaringen over O. af, maar de rechters vinden dat er onvoldoende steunbewijs voorhanden is. |