Het pleidooi

Advocaat Evert van der Meer vindt de eis van de officier te zwaar. Hij is met name fel gekant tegen de dwangverpleging bij de tbs.

Van der Meer stelt dat zijn cliĆ«nte vanaf het begin heldere verklaringen heeft afgelegd na de ontdekking van de eerste dode baby. “Kinderdoding neemt een bijzondere plaats in het strafrecht in, omdat er veel aandacht voor de bijzondere omstandigheden nodig is. Cliente heeft bekend dat ze het eerste kind om het leven heeft gebracht en bij het twee niet heeft ingegrepen. Er is in beide gevallen volgens ons sprake van doodslag, kort bij of kort na de geboorte. In beide gevallen heeft ze de zwangerschap verborgen weten te houden. Ze was bang dat relaties op het spel zouden komen te staan. Ze was ook bang dat de huisgenoten het zouden ontdekken. Artikel 290/291 is zonder meer van toepassing. Er is geen sprake van voorbedachte raad en dus niet van kindermoord. Zij heeft de zwangerschap geheim gehouden en ontkend voor zichzelf.

De advocaat herinnert de rechtbank eraan dat Marike zei dat ze geen moment met de zwangerschap is bezig geweest en dat ze nooit bedacht dat ze na de geboorte haar baby om het leven zou brengen. Hij haalt een geval uit 1912 aan die exact lijkt op die van nu.
De advocaat gaat in op het onderzoek door het PBC. “De conclusie dat zij een gevaar zou zijn voor kinderen van anderen, komt volledig uit de lucht vallen. De psychiater zei bij de vorige zitting dat die zin in het PBC-rapport tussen haakjes moet worden gezet. Het gaat steeds om de specifieke zwangerschap van haar zelf die ze ontkende. Het gaat niet om iets buiten die omstandigheden. Ze heeft geen strafblad, ze is niet agressief voor anderen. Er is sprake van de onthulling van een dubbelleven. Iedereen in haar omgeving zal waakzaam zijn. Door beide ouders is de politie op het spoor van Marike gezet”.

Van der Meer benadrukt de wens van Marike om behandeld te worden. “Moet dit dan in de zwaarste setting van tbs met dwangverpleging gebeuren? Ze is zeer gemotiveerd om met de behandeling te beginnen. Ze heeft vanaf het begin open kaart te spelen. Ze heeft meegewerkt aan het rapport van het PBC en daarmee aangegeven dat ze niet wegloopt. Nergens uit blijkt dat er een onmiddellijk gevaar zou zijn als ze buiten een kliniek zou zijn”.
Probleem is dat een vrijere tbs (tbs met voorwaarden) alleen kan worden opgelegd als de verwachte behandelingsduur korter is dan vier jaar. Hij wijst erop dat er wetgeving in voorbereiding is waarin die termijn wordt opgerekt naar negen jaar.
“We vinden dat alternatieven onvoldoende zijn onderzocht. Er zijn alternatieven denkbaar om het recidivegevaar te reduceren. TBS met voorwaarden kan ook sneller beginnen dan te behandeling in een gesloten kliniek. De Van der Hoevekliniek die hierin is gespecialiseerd heeft een wachttijd van acht maanden”.

De advocaat stelt dat het zonneklaar is dat een strafrechtelijke sanctie zal volgen en dat die ook fors kan zijn. “Er is sprake van een ernstig en niet omkeerbaar strafbaar feit. Maar het gaat wel om kinderdoodslag waarbij de wetgever nadrukkelijke de mogelijkheid biedt een lagere straf kan opleggen. En Marike wil zich laten behandelen”.
Van der Meer vergelijkt diverse andere vonnissen met de eis in deze zaak. “Zeker niet in alle gevallen werd tbs met dwangverpleging opgelegd”.

  1. drie jaar gevangenis waarvan achttien maanden voorwaardelijk en de bijzondere voorwaarde dat Marike ambulante hulp moet ondergaan.
  2. tbs met voorwaarden
  3. tbs met dwangverpleging

De advocaat denkt dat een vonnis pas mogelijk is als diverse aspecten rond hulpverlening zijn onderzocht. Hij vraag de zaak daarom aan te houden.