Het pleidooi

Advocaat Theo Hiddema:

 “Er is helemaal geen organisatie. Dat is gezichtsbedrag. Men is familie, van dezelfde afkomst, men kent elkaar van haver tot gort. Er is veel pech in dit dossier. Er wordt veel geript. Er wordt om de haverklap opgerold. Men moet elkaar steeds bijpraten over mislukkingen. Er wordt niet venijnig gedreigd. Als een organisatie, dan een zachtmoedige organisatie. Er is simpel niet een leidinggevende. Hij is niet de leider van de organisatie. Hij had geen zeggenschap over oogsten of over kwekerijen. Hij liet zich niet op de werkvloer zien, ben je dan de baas.. Ze kenden allemaal Ali I., maar ze weten niet of hij iets met de werkvloer te maken heeft. Kan ook niet, want ze zijn niet van hem.

 Wat had ik nog meer ter inleiding.

Laat ik de dossiers doorlopen. Cliƫnt was helemaal niet van plan een boekje open te doen. Dus wat die nu zegt is authentiek. Mijn betoog was aanvankelijk wat anders ingericht. Maar dat betekent wel dat hij zich helemaal niet in dit verhaal herkend.

De teneur is ik heb af en toe een vinger tussen de deur gekregen om een paar honderd euro’s te verdienen.

In de Hornbladstraat acht ik het bewijs wel aanwezig. De Violierstraat (Hiddema bekijkt een dossierstuk) – ik loop het even door, dan wordt het weer wakker, ik ken niet alles in Almelo. Als je elkaar vertelt dat het misgaat, betekent dat niet dat je betrokken bent. Ja. Dan roept hij Allah aan, maar dat kun je ook niet interpreteren als dat zijn eigen belangen in het geding zijn. Iemand krijgt ergens bericht van, dat is het dan wel zo’n beetje. Een broer zegt dat Ali geen rol had.

Dan nog een keer de Violierstraat. De kwekerij is van Ramazan, en Ali heeft er niets mee te maken. Hij heeft kennelijk wel wat gehoord. Uit niets blijkt dat hij er iets mee te maken heeft. Hier is geen bewijs. Niet voor het kweken, niet voor het afleveren, want u weet niet waar die 45 natte broeken naartoe gingen. Hij zegt er ook bij: er komen 45 natte broeken, die zijn niet van mij. Waarom hij nu als kop van Jut moet fungeren, ik snap het niet.

Dan de Prinsenkampwel. O, dat is een pechdag. Ze brengen elkaar op de hoogte. Ik zie geen enkel bewijs dat hij er iets mee te maken heeft. Hij zegt wel dat deze ontwikkeling aanleiding is die pechdag te bespreken. Wat leid je daaruit af. Niet dat hij bij dit deel betrokken is.

De Bennenbroeksestraat. Ali: “Bornerbroeksestraat”. Hiddema: “Bornerbroeksestraat. Wilt u dat ik er toch iets over zeg? Het is toch niet zo dat hiervoor vrijspraak is gevraagd? Zaaksdossier 11, wat is dat nou weer. De Rappersweg. Voorzover ik weet is Robert I. de eigenaar. Het kan wel eens zijn dat hij dit soort kwesties bij zijn moeder heeft besproken, maar ging dat dan ook hierover.

De verklaring van Robert I. Ja, hier. (Hiddema leest een stukje voor). Meneer heeft met dat teelgebeuren helemaal niets te maken. Voor afnemen is maar een verklaring en dat is te weinig voor bewijs. Nee, hij komt inderdaad eens kijken of er voor hem een grijpstuiver is te halen.

Adijk. Het gaat om een telefoongesprek met Ali. “We gaan het weer doen”. Ja, dat is wel bewijs. (zegt tegen Ali). Je wilde het niet lezen.. Maar er spreekt veel zachtmoedigheid uit. Er spreekt niet uit dat meneer zelf in zijn belangen is aangetast.

De aflevering in Coevorden. Men wordt met een volle tas in de kroeg en een lege tas er weer uit. Maar men heeft dat niet echt geconstateerd. Het is hachelijk om dit af te leiden uit de manier van lopen. Maar meneer heeft nu hier gezegd dat er zou zijn gezegd: We hebben genoeg. Echt overtuigend vind ik het niet”. Ali: “er is niets afgeleverd”. Hiddema: “o, nou laten we het daar maar bij houden”.

Dan die elf kilo. Hij is nooit in Tilburg geweest. Misschien heeft hij ervan gehoord en alles begrepen, maar dat maakt je niet tot medepleger. Er is te weinig bewijs dat hij exporteur is geweest. Nu kun je denken dat is tactiek. Meneer wil zich niet blootgeven. Maar hij ontpopt zich zeker niet als zakenpartner van degene die wel aan de touwtjes trok rond deze export.

Blijft over de criminele organisatie. Het zou kunnen dat op basis van de drie of vier feiten die ik bewezen acht, dat je zou kunnen zeggen: het is een te groot toeval dat daar alsmaar diezelfde mensen rondlopen. Ik zie dat niet zo. Het is duidelijk dat een aantal mensen van de familie ervoor hebben gekozen om met wiet bezig te zijn. Maar hem zie je niet op de werkvloer. Ik zie hem niet als iemand die de baas uithangt… Ali: absoluut niet. Hiddema: Dankjewel. Er zit misschien wat in, maar is natuurlijk veel te weinig voor vier maanden. Ali: vier jaar. Hiddema: Pardon, vier jaar.

Ik hoorde dat het Openbaar Ministerie de aanpak van hennepteelt tot speerpunt heeft verheven. Een voorbeeld. In de gemeente Terneuzen werd een speerpunt opgericht tegen een Turkse drugsbende. Ik heb hier het vonnis van de rechtbank Middelburg. Alleen de pater familias werd veroordeeld tot achttien maanden celstraf. Ik heb het meegenomen, in een opwelling. Kijkt u er eens naar.”