Het pleidooi

Pleidooi tot vrijspraak


Advocaat Hans Onland uit Oldenzaal stelt in zijn pleidooi dat K. moet worden vrijgesproken. K. heeft  wel wat gedaan, maar niet toen het meisje onder de twaalf was. Hier volgt de essentie van het pleidooi:

Voor zover van belang heeft cliënt erkend seksuele handelingen te hebben verricht. Het komt erop neer dat hij zegt het meisje hooguit drie keer te hebben gevingerd;  dat gebeurde op de slaapkamer; hij betwist dat het meisje hem heeft gepijpt. Volgens cliënt  heeft hij voorts nimmer een dildo in haar vagina geduwd.

Wel erkent hij het verhaal over de banaan. De bewering dat hij jam op de vagina van het meisje heeft gesmeerd, wordt betwist. Wel heeft hij volgens zijn verklaring haar borsten betast.

Gelet op de tenlastelegging zoals die is gewijzigd, is het van belang duidelijkheid te verkrijgen omtrent de periode waarin de seksuele handelingen zijn verricht. Naar het oordeel van de verdediging bestaat daarover blijkens het dossier onduidelijkheid, althans gerede twijfel.

Primair stelt cliënt zich op het standpunt dat hij geen strafbare seksuele gedragingen heeft verricht met het meisje toen zij jonger was dan 16 jaar. Volgens cliënt heeft hij voor de eerste keer seksuele handelingen verricht toen het meisje al het bromfietscertificaat had. Van belang is dat het meisje op 14 juni 2004 het certificaat heeft verkregen. zij was toen al 16 jaar. Omtrent het tijdstip waarop hij voor het eerst iets op seksueel gebied heeft gedaan met het meisje, heeft ze nogal wisselend verklaard.

Bij de rechter-commissaris is getracht te reconstrueren wat in welk jaar precies heeft plaatsgevonden. Vastgesteld is dat zij moeite heeft om de juiste jaartallen bij de gebeurtenissen te plaatsen.

Op de vraag wanneer cliënt voor het eerst op seksueel gebied iets met mij heeft gedaan zegt zij: Dat is een goede vraag. Even verderop zegt ze: moet er diep over nadenken ik weet het niet. ik had toen mijn bromfietscertificaat nog niet. Ik ging er op de fiets naartoe. Nadat zij geconfronteerd wordt met het feit dat het bromfietscertificaat op 14 juni 2004 is verkregen, zegt zij: het was toen al jaren aan de gang: een jaar, twee jaar, drie jaar, vier jaar kan ook wel.

Van belang is voorts, dat het meisje bij de rechter-commissaris heeft verklaard, dat cliënt nog niets op seksueel gebied heeft gedaan met haar, toen zij en een ander meisje in zijn bed hebben gelegen. Dat andere meisje heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij ongeveer in 2000 is verhuisd…

Gelet op de inhoud van de verklaringen van respectievelijk de twee meisjes en cliënt, zulks in onderlinge samenhang bezien, is aannemelijk dat de seksuele handelingen na 28 september 2000 hebben plaatsgevonden. Gelet daarop is de conclusie gerechtvaardigd, dat het eerste onderdeel van de tenlastelegging, hetwelk is toegesneden op artikel 244 strafrecht, niet bewijsbaar is, althans daaromtrent gerede twijfel bestaat. Van dat onderdeel dient cliënt derhalve te worden vrijgesproken.

Periode 26 april 2000 tot en met 25 april 2004

In de visie van cliënt kan ook dit onderdeel niet bewezen worden verklaard, gelet op hetgeen hiervoor is betoogd. Volgens cliënt was het meisje al 16 jaar toen hij voor het eerst op seksueel gebied handelingen met haar heeft verricht.

Gelet op de verklaring van cliënt is derhalve eveneens het tweede onderdeel van hetgeen niet primair ten laste is gelegd, niet te bewijzen, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. indien en voorzover enig onderdeel van de tenlastelegging bewijsbaar is, sprake is van een strafbaar feit en cliënt strafbaar is, dan allereerst een opmerking over de vordering van de benadeelde partij.

Vordering 3.893,61 euro.
Primair is cliënt van mening dat deze vordering niet ontvankelijk dient te worden verklaard nu deze niet op eenvoudige wijze is vaststellen. Het is bovendien zeer de vraag of ten gevolge van de bewijsbare seksuele gedragingen welke door cliënt zijn verricht, de problemen zijn ontstaan zoals deze in de vordering met bescheiden zijn gerelateerd.

Op grond van de verklaring van de moeder en vader van het slachtoffer kan worden afgeleid dat het meisje al op jeugdige leeftijd (10/11) jaar met gedragsstoornissen is geconfronteerd. al op haar 10e jaar is geconstateerd automutilatie. Zij werd kennelijk gepest op school. In het intakeverslag van Mediant wordt de vraag opgeworpen of er mogelijk sprake is van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ook uit de medische bescheiden bij de vordering kan dat worden afgeleid.

Indien en voorzover de rechtbank een onderdeel van de vordering voor toewijzing vatbaar acht wordt uitdrukkelijk verzocht met voor vermelde omstandigheden rekening te houden. naar het oordeel van de verdediging zijn de opgevoerde reiskosten niet zonder meer rechtstreeks te wijten aan de in de visie van de verdediging bewijsbare seksuele gedragingen.

Een en ander brengt met zich mee dat slechts een ingoede justitie te bepalen de bedrag terzake van smartegeld bij wijze van voorschot kan worden toegekend.

Ten aanzien van de strafmaat

Geen documentatie op het gebied van zedenmisdrijven.
Omstandigheden zoals gerelateerd in het rapport van de reclassering
bijwonen van een openbare terechtzitting, gerelateerd aan de gezondheidsproblemen van cliënt.
Leeftijd cliënt.

Ten aanzien van de eventueel op te leggen straf:

Verzoekt cliënt uw rechtbank hem een geheel voorwaardelijke straf op te leggen zulks met een proeftijd van twee jaar een en ander kon conform het advies in het voorlichtingsrapport van de reclassering.
 

Advocaat J. Onland vindt dat een gevangenisstraf niet op z’n plaats is gezien de toestand van K. Volgens hem interpreteert het Openbaar Ministerie de rapportage over de detentiegeschiktheid van K. verkeerd. Het rapport laat juist overwegend zien dat hij er niet geschikt voor is.
Verder betwist hij dat K. weer in de fout zou kunnen gaan. Hij wijst erop dat het Rapport zou stellen dat het recidivegevaar al gering was en verder lijkt af te nemen.