De Zaak

Invalide maar verdacht van een ernstig misdrijf

Het is een beeld dat de bezoeker van de rechtbank in verwarring brengt. Een zwaar invalide oude man komt in een rolstoel de rechtbank binnen. Hij maakt een totaal hulpbehoeftige indruk, zijn gezicht is vertrokken. Toch is deze 84-jarige een verdachte van een ernstig misdrijf.

Het Openbaar ministerie verdenkt de man ervan dat hij tussen 2000 en 2004 een jong meisje (zij was toen tussen de 12 en 16 jaar) seksueel heeft misbruikt. Ook toen was hij al gehandicapt, maar in mindere mate. Er zou sprake zijn geweest van seksueel binnendringen (verkrachting). De man ontkent de ernst van de seksuele handelingen. Er zou wel wat zijn gebeurd, maar op aandringen van het meisje.

De relatie tussen beide ontstond toen het meisje zich bij hem aan de deur meldde met de vraag of ze zijn hondje mocht uitlaten. De verhouding die eruit voortkwam was als die tussen opa en kleindochter. Maar volgens het meisje ontaardde het uiteindelijk in seks. Toen ze volwassen was, de ernst ervan doorzag en de gevolgen ervan ondervond, deed ze vorig jaar aangifte.

Het bijzondere van de zaak is dat officier van justitie T. Spoor aanvankelijk niet wist wat ze aanmoest met de straf voor deze man. Ze acht de feiten bewezen en vond ook vorig jaar een aanzienlijke gevangenisstraf op zijn plaats. Maar dat leek haar bij een man in deze staat – hoogbejaard en invalide – onmogelijk.

Bovendien was het niet meer na te gaan of hij eerder dergelijk feiten had gepleegd, omdat in Nederland het strafblad wordt opgeschoond zodra iemand tachtig wordt. Het was daardoor moeilijk inschatten of er gevaar bestaat voor herhaling.

Spoor besloot een slechts voorwaardelijke straf te eisen van een maand. Dat is een straf die de man niet hoeft uit te zitten, maar die geldt als een stok achter de deur. Gaat hij opnieuw in de fout, dan wordt die straf alsnog ten uitvoer gelegd.

De rechtbank kon hier vervolgens niet mee uit de voeten. Rechtbankpresident L. Vogel wees een tussenvonnis waarin hij de officier opdracht gaf om te onderzoeken of K. wel gevangen genomen kon worden.

Dat onderzoek werd gedaan door de Reclassering. Conclusie: als de man dagelijks wordt verzorgd, dan kan hij wel de gevangenis is. De enige plek waar dat mogelijk is, is de ziekenhuis gevangenis in Scheveningen. Er zijn daar geen plaatsen in overvloed.

In de vervolgzitting van 5 januari 2010 paste officier Spoor haar eis aan. Ze vindt een gevangenisstraf van 29 dagen op zijn plaats. Gezien de ernst van de feiten waar zij de man van verdenkt is dat nog relatief laag. Maar ze houdt er rekening mee dat de man zijn aow uitkering kwijtraakt als hij langer moet zitten.

Advocaat J. Onland vindt dat Spoor het rapport van de Reclassering fout interpreteert. Volgens hem komt het erop neer dat K. zo goed als detentieongeschikt is. Hij vindt dat het bij een voorwaardelijke straf moet blijven. Daarbij wijst hij erop dat de Reclassering ziet dat de kans op herhaling – die al gering werd genoemd – verder lijkt af te nemen door te zich verslechterende toestand van de man.