De eis: 18 plus 3 maanden
De Officier van Justitie W. Wichern eist 18 maanden gevangenisstraf. Zij vindt alle feiten bewezen. Waar het gaat om het schieten met het speelgoedpistool acht zij echter niet het primaire ten laste gelegde bewezen – zware mishandeling – maar het subsidiaire: ‘gewone’ mishandeling.
“Om zware mishandeling ten laste te kunnen leggen met een dergelijk pistool en kogels, zou bijvoorbeeld op de slaap gericht moeten zijn.” Niettemin houdt ze de verdachte voor dat het zeer ernstig is, wat hij heeft gedaan. ‘Het slachtoffer heeft echt gedacht dat zijn laatste uur had geslagen. Hij ziet een wapen, hoort een knal en voelt meteen pijn. En dan zijn er daarna ook nog eens de bedreigingen: ik kom terug, maar dan met een echt pistool.”
De officier zegt ‘enigszins’ mee te kunnen leven in F.’s gevoel dat hij in de maling is genomen. “Maar je hebt zelf de handtekening gezet voor het overnemen van de BV’s. Je bent zelf naar Polen gereden. Je hebt zelf de alcohol genomen en de drugs. Het valt je allemaal zelf aan te rekenen. Dan moet je ook een kerel zijn en op de blaren zitten als het mis gaat.”
De Officier wijst er op dat de zaak voor de politie snel rond te maken was. “Hij heeft goed meegewerkt met het onderzoek. Ook daaraan is het te danken dat eigenlijk alle feiten bewezen kunnen worden.”
Ze eist 18 maanden cel onvoorwaardelijk. Ze wil geen deel voorwaardelijk eisen, met name omdat F. tot op heden niets heeft gedaan aan zijn drugs- en alcoholprobleem en hij niet wilde meewerken aan een onderzoek van een psychiater of de reclassering. Ook wijst ze op het lange strafblad van F., met onder meer geweldpleging en diefstallen.
Uit een vorige veroordeling staan er nog 3 maanden voorwaardelijk. Die moet hij nu ook gaan zitten, dus bovenop de eis, vindt de officier.
Verder kondigt ze nog een ontnemingsvordering aan om hem de opbrengst van de verkochte bus af te pakken.
|