De verdachte

F. heeft spijt. Vooral ook ‘dat hij dat vrouwtje heeft bedreigd’. “Ik zou een vrouw nooit iets aan doen. Ik heb er allemaal vreselijk spijt van. Het had niet mogen gebeuren.” Hij heeft alles bekend, met uitzondering van één dreigtelefoontje: “Die kan ik me niet herinneren.”

Hij wijt zijn gedrag voor een belangrijk deel aan zijn alcohol en drugsgebruik. “Ik heb in die tijd gesnoven, gesnoven en gesnoven… Ik was de hele tijd onder invloed, weet niet wat ik deed.”
Dat was niet alleen zo toen hij zijn ‘zakenvriend’ bedreigde en mishandelde, maar ook toen hij tekende om de BV’s over te nemen waar alle ellende mee begon. “Hij zorgde ervoor dat ik onder invloed was: hij gaf me meerdere keren voor wel 300 euro aan cocaïne mee.”

F. heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek van een psychiater. Dat zou hij hebben gedaan, omdat hij bang is dan tbs te krijgen. Terwijl hij vindt dat hij ‘goed bij zijn hoofd is’.

De Almeloer heeft een lang strafblad. Vorig jaar is hij nog veroordeeld voor een straatroof; daarvan hing hem nog een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden boven het hoofd. Ook is hij vaker veroordeeld voor geweldpleging en diefstallen. Drugs speelde ook daarbij een rol, zegt hij. “Ik gebruik vanaf mijn 16e jaar.”
Tot nu toe heeft hij geen hulp gezocht. Maar nu zegt hij: ‘zo kan het niet doorgaan. Er moet wel wat gebeuren.’

F. heeft geen werk; na een auto-ongeluk is hij in de WAO terecht gekomen. Hij heeft drie kinderen, die vlak achter hem wonen. Hij heeft er een goed contact mee, zegt hij.