|
Advocaat M.S. De Waard begrijpt dat F. zeker gestraft moet worden voor de vergrijpen, maar vindt de eis ‘aan de hoge kant’. Hij wijst er op dat alle feiten waarvan de Ameloer verdacht wordt ‘een kwestie is van voortgezet handelen’. “Het zijn niet allemaal aparte, op zichzelf staande feiten, maar komen in feite voort uit één aanleiding.”
De advocaat zegt zich ervan bewust te zijn dat F. al een lang strafblad heeft, ‘maar ook dan is 18 maanden in mijn ogen een veel te zware straf’. In zijn ogen ook, omdat zware mishandeling in deze zaak niet bewezen kan worden, zoals ook de officier van mening is.
Hij wijst er tevens op dat een van de feiten – een dreigtelefoontje op 13 oktober – helemaal niet vaststaat. “Het slachtoffer zegt dat. Maar mijn cliënt zegt daar niets van te kunnen herinneren. En dat, terwijl hij verder alles heeft toegegeven en volop heeft meegewerkt aan het onderzoek.”
De advocaat vraagt de rechtbank dan ook een lagere straf op te leggen dan de eis. Maar niet alleen lager, ook voor een deel een voorwaardelijke straf. In die voorwaardelijke straftijd zou F. dan behandeld moeten worden voor zijn alcohol- en drugsprobleem, bijvoorbeeld via Tactus. En/of onder begeleiding van de reclassering. “Want ik vind wel: zo kan het niet langer. Hij moet behandeld.”
De advocaat wil ook niet dat F. alsnog drie maanden gaat uitzitten van een eerdere veroordeling. Daarvan hing F. drie maanden voorwaardelijk boven het hoofd. De advocaat vraagt de rechtbank die niet ten uitvoer te brengen, maar in de plaats daarvan de proeftijd met een jaar te verlengen. Zo wil hij F. meer kans geven om van zijn problemen af te komen.
Later volgen hier nog de officiële pleitaantekeningen van De Waard, die hij bij de zitting gebruikte.
|
|