|
Pagina 1 van 2 Het speelgoedpistool was van mijn zoontje
De president van de rechtbank, B. Stoové, stelt talrijke vragen om helder te krijgen wat F. heeft bezield.
- “U zegt dat u 50.000 euro zou krijgen of een auto, wanneer u een aantal BV’s zou overnemen. Maar welke reden had u om aan te nemen dat dit klopte?
- F: “Dat weet ik niet.”
- Stoové: Maar u had toch gelijk moeten denken: dit kan niet kloppen?”
- F: “ik was de hele tijd onder invloed”.
- Stoové: “ja, ja, dat snap ik nu. U was eigenlijk steeds onder invloed…””
- F. ‘Ja”.
De president wil van F. ook nog eens duidelijk horen dat hij ook op de zitting de bedreigingen en mishandeling toegeeft.
- “U heeft gedreigd: ik schiet je door je knieën. Of ik schiet je dood. Of ik nou 4 of 10 jaar moet zitten, dat maakt me niets uit. En u bedreigde ook die man zijn zwangere vrouw, he? Ik geen geld, jij geen baby. Zo is het toch gegaan?”
- F: “Ja dat denk ik wel. Maar ik was onder invloed, wist niet goed wat ik deed en ik handelde uit woede.”
- “ja dat snap ik wel. Maar goed, toen schoot u met dat pistool?”
- F: “Ja. Maar het was maar een speelgoedpistool van mijn zoontje; die schiet er mee op kaartjes.”Stoové: “Nou dan vind ik dat kinderen zulk speelgoed niet zouden moet hebben. Die kogeltjes blijken heel vervelende rode, blauwe plekken te geven.”
De rechter spreekt F. ook aan op zijn toekomstperspectief:
- “U heeft mag ik wel zeggen een fors strafblad. In april 2009 bent u nog veroordeeld voor een straatroof. Je kunt wel zeggen dat u onderhand een flink aantal jaren heeft binnengezeten.” Stoové kijkt de verdachte indringend aan: “Hoe gaat het nu verder? Glijdt u steeds verder af? Wat nu?”
- F. kijkt naar beneden en antwoord: “nee, zo kan het niet verder gaan.”
|
|