De eis

Het Openbaar Ministerie eist acht jaar cel en tbs met dwangverpleging tegen Van IJ voor wederrechtelijke vrijheidsberoving (tapen van het slachtoffer), diefstal met geweld (de pinpas), en aanranding. Verkrachting is niet bewezen. Tegen medeverdachte G. eist het OM zes jaar.

 

Hier volgt het volledige requisitoir van officier van justitie Carla Hofstee
 
Requisitoir MK 26 maart 2010
verdachte van IJ. – 710311-09
verdachte G. – 710312-09
 
Het is bijna overbodig om te zeggen dat deze zaak, waarbij een TBS-er tijdens proefverlof betrokken is, enorm veel angst, onrust en ophef heeft veroorzaakt. Niet alleen in de directe omgeving van het slachtoffer en in Enschede, maar ook landelijk is er veel commotie ontstaan.
 
De modaliteit van TBS is weer in opspraak geraakt en ook in de landelijke politiek ter discussie gesteld. Op zich is dat niet vreemd aangezien de maatregel van TBS primair juist strekt ter beveiliging van de samenleving tegen delictgevaarlijke personen. Deze casus is daarom ook schadelijk voor de TBS als instituut, maar ook voor de populatie TBS-ers.
 
In dit requisitoir zal ik het daar echter niet over hebben. Ik zal mij beperken tot de toedracht op 11 en 12 april 2009 en het juridische oordeel dat over die feiten moet worden geveld.
 
Allereerst zal ik mij uitlaten over de feiten en hoe deze feiten moeten worden gekwalificeerd. Vervolgens zal ik aan de hand van de rapportages mijn visie geven met betrekking tot de strafbaarheid van verdachten. Tot slot zal ik aangeven welke straf en/of maatregel ik passend vind.
 
BEWIJS
 
Feit 1 (wederrechtelijke vrijheidsberoving e/o/s diefstal met geweld)
 
Het slachtoffer heeft een aantal verklaringen afgelegd bij de politie en bij de rechter-commissaris. Zij verklaart dat verdachte Van IJ. steeds naar het balkon liep. Ineens kwam hij op haar afgelopen, pakte haar in de nek beet en deed zijn hand over haar mond. Hij riep tegen verdachte G., die inmiddels via het balkon was binnengekomen, dat ze met de tape moest komen. Het slachtoffer werd op een stoel gezet en met tape en sjaaltjes vastgebonden. Ze kreeg tape over haar mond. Toen zij zich probeerde los te maken, vroeg Van IJ. of ze iets ergs wilde meemaken. Als ze mee zou werken, zouden ze haar niet meer vastbinden. Het slachtoffer moest vervolgens Bacardi drinken en als ze dat niet zou doen zou Van IJ. wel zorgen dat ze het binnen zou krijgen. Het slachtoffer gooit de drank in de plant en deed alsof ze dronken was. Het slachtoffer hoort dat G. tegen Van IJ. zegt dat hij echt gestoord is. Van IJ. zegt dan tegen G. dat echte psychopaten een keer vrij komen, maar nooit genezen. Van IJ. slaat het slachtoffer in haar gezicht. het slachtoffer ziet dat er een camera op haar gericht is. Ze wordt op de tafel gelegd en uitgekleed. G. houdt haar benen tegen elkaar, iets omhoog met gebogen knieën. het slachtoffer doet alsof ze bewusteloos is. Ze voelt handen over haar borsten en buik en iets kouds aan haar geslachtsdeel en spetters op haar buik. Van IJ. slaat haar een paar keer op haar wang en vraagt naar haar pincode. Er wordt gezegd dat ze verkocht zal worden aan mannen. het slachtoffer wordt schoongemaakt en weer aangekleed. Daarna discussiëren verdachten over wie een auto moet gaan regelen, doen de deuren op slot en verlaten de woning. het slachtoffer weet uit de woning te vluchten, belt de politie en schreeuwt om hulp.
 
Het slachtoffer wordt door de politie volledig overstuur aangetroffen bij een buurvrouw, ze is erg angstig en ontzettend emotioneel. De buurvrouw vertelt dat ze wakker werd van geschreeuw en gebonk op haar raam. Het slachtoffer stond trillend en in shock voor de deur, beschrijft de getuige. Ze was totaal in paniek.
 
Recent zijn een aantal directe buren van het slachtoffer gehoord. “Dit verhaal is te gek voor woorden” heb ik een getuige horen zeggen. Een andere buurvrouw zegt “dit kan niet waar kan zijn, dit soort dingen gebeurt alleen in films”. Buren geloven het verhaal van het slachtoffer niet.
 
Dit is een voorstelbare reactie. Je wordt immers in je veilige omgeving geconfronteerd met dergelijke bizarre strafbare feiten. Helaas is de realiteit is soms extremer dan in een filmscenario kan worden bedacht. Het is een horrorverhaal. En dat je dan je twijfels plaatst bij de betrouwbaarheid van het verhaal van het slachtoffer, is niet zo vreemd. Zeker wanneer je dan ook pas verneemt dat dit slachtoffer zelf ook een TBS-verleden heeft.
Een buurvrouw vertelt bij de rechter-commissaris:
“nu kijk ik heel anders tegen haar aan. Nadat de politie haar op die donderdagavond bij mij weghaalde hoorde ik dat ze een TBS verleden had. Ze is dus een crimineel. Dat is mijn wereld niet. Daar wil ik niets mee te maken hebben”. Men wil haar niet terug in de buurt.
 
En dat de buren nu aangeven een geschiedenis met het slachtoffer te hebben, dat zij vaker dingen verdraaid heeft of tegen hen gelogen heeft en nu – met terugwerkende kracht – een vreemd gevoel krijgen over de situatie, betekent niet per definitie dat het slachtoffer dit verhaal ook verzonnen zou hebben. Nogmaals, de gedachtegang van de buren is voorstelbaar, maar moet wel geplaatst worden in de context van de feiten, “we willen die TBS-er niet terug in de buurt”. In het kader van de beoordeling van de geloofwaardigheid van de verklaringen van aangeefster moet hier geen doorslaggevende waarde aan worden gehecht. Hetzelfde geldt voor de verklaring van de maatschappelijk werker van het slachtoffer. Die moeten tevens geplaatst worden binnen de aangifte die tegen hem is gedaan door het slachtoffer en die gevolgen die dit voor zijn baan heeft gehad.
 
Hetzelfde geldt voor de opmerking van de buren dat het slachtoffer op 11 april in de middag nog gelukkig leek met verdachte van IJ.. Ook vanuit de Van der Hoeven kliniek komen soortgelijke geluiden, men dacht dat het goed ging met de relatie, het slachtoffer leek oprecht gelukkig. Voor een buitenstaander kan dat gedrag misschien vreemd voorkomen, maar uit ervaring met huiselijk geweldszaken weten we dat het soms zo gaat. Dat slachtoffers naar de buitenwereld toe een façade ophangen of uit angst voor hun partner dicht bij hem blijven, zodat ze in ieder geval weten wat hij doet. Het slachtoffer heeft een plausibele verklaring gegeven voor haar gedrag. Ze zegt dat ze bang was voor verdachte van IJ., dat hij haar en haar familie intimideerde en bedreigde. Dit wordt door de zus van verdachte van IJ. bevestigd.
 
Illustrerend is wel dat niet alleen het slachtoffer blijkbaar in staat is geweest de schone schijn op te houden, dit heeft verdachte ook jarenlang met succes gedaan. Hij heeft professionals dusdanig voor de gek gehouden, dat men uiteindelijk ingestemd heeft in begeleid verlof, met deze afschuwelijke afloop als resultaat.
 
En dat het slachtoffer soms hier en daar iets anders verklaart, vind ik niet zo vreemd. Ze heeft in extreme angst een gruwelijke nacht beleefd. En dat die emotie dan doorwerkt in haar verklaringen en reacties naar omstanders, is niet zo vreemd.
 
De verhalen van de buren, maatschappelijk werker en verdachten vormen voor mij wel reden om kritisch naar de door het slachtoffer afgelegde verklaringen te kijken. Ik zal toetsen in hoeverre haar aangifte overeenkomt met andere aanwijzingen die zich in het dossier bevinden.
 
Allereerst is daar de (objectieve) verklaring van de buurvrouw van de flat achter die van het slachtoffer (blz. 80 e.v.):
-          Rond 1 uur wordt ze wakker van gepraat aan de achterkant van haar appartementencomplex. Rond 2 uur hoort ze een man en een vrouw praten.
-          om 3.15 uur hoort ze geschreeuw en gescheld in appartement van het slachtoffer
-          ze beschrijft 2 personen. Verdachte G. bevestigt dat zij de ene persoon is, ter zitting.
-          er klimt iemand van het balkon van de woning van het slachtoffer naar beneden. Een man met blond haar. De personen staan dicht bij elkaar en overleggen met elkaar.
-          na enkele minuten klimt de blonde persoon het balkon op. Ze ziet dat de andere persoon na een paar minuten richting het balkon van nummer 61 loopt. Getuige gaat naar bed.
-          Later hoort ze een vrouw uit de woning van het slachtoffer schreeuwen: “Dimitri, niet doen”. Om 5.30 uur heeft haar man weer hard schreeuwen gehoord.
 
Verdachte Van IJ. verklaart (blz 97 e.v.)
- hij is over het balkon naar beneden geklommen en heeft daar met iemand gesproken
- hij is weer via het balkon naar binnen geklommen en heeft het slachtoffer van achteren beetgepakt.
- hij heeft de andere persoon geroepen, die ook naar binnen geklommen is. Hij heeft haar verteld dat ze tape moest pakken.
- het slachtoffer is op een stoel gezet, haar handen en mond waren getapet.
- hij heeft het slachtoffer alcohol gegeven en de camera neergezet in de woonkamer.
- hij heeft tegen verdachte G. gezegd dat hij het slachtoffer betaald zou zetten wat ze hem heeft aangedaan. Ze zouden haar naar de hoerenstraat brengen.
- hij heeft haar meermalen op haar wang “getikt”
- de andere persoon heeft het slachtoffer omgekleed.
- hij is samen met de andere persoon de auto gaan zoeken. Ze zijn daarna aangehouden door de politie.
- hij had het paspoort en andere pasjes van het slachtoffer op zak.
 
Verdachte van IJ. heeft ter zitting verklaard dat het slachtoffer eindelijk haar zin heeft. Ze heeft altijd gedreigd dat ze hem zou krijgen. Ze was jaloers en bezitterig. Het slachtoffer zegt daarentegen dat zij bang was voor verdachte Van IJ., dat ze van Dimitri een positief verhaal tegen zijn behandelaars op moest hangen, zodat hij naar buiten mocht. Mede in het licht van het rapport van de Van der Hoevenkliniek is het verhaal van verdachte Van IJ. niet geloofwaardig. Pagina 24 van het rapport: verdachte Van IJ. maakt in februari 2009 de relatie uit. Dit komt voor de kliniek uit het niets. Direct wordt het verlof van verdachte Van IJ. stopgezet, hij heeft nooit over twijfel gepraat. Dan geeft van verdachte Van IJ. richting de kliniek aan dat hij de relatie voort wilt zetten. Hij heeft daar alle belang bij, want gebleken is dat het slachtoffer zijn stabiele factor is, de relatie met haar is de reden dat hij naar buiten mag. De relatie wordt voortgezet en hij mag zeer snel weer met verlof. Ook de lieve sms-jes passen in dit verhaal. De telefoon van verdachte van IJ. wordt door de kliniek bekeken. Zo lang daar signalen van een gelukkige relatie uit naar voren komen, mag Dimitri met verlof.
 
Dan de verklaring van verdachte G.. Ter zitting heeft zij – eigenlijk voor het eerst
verklaard over de nacht. Ik hecht weinig waarde aan haar versie van de gebeurtenissen. Deze verklaring wordt pas bijna een jaar na het incident afgelegd, nadat zij kennis heeft kunnen nemen van alle stukken in het dossier.
Los daarvan ben ik van mening dat de inhoud van deze verklaring opzij moet worden geschoven, nu deze op diverse punten onaannemelijk of ongeloofwaardig is, vanwege strijdigheid met haar eigen verklaringen of andere verklaringen of bevindingen in het dossier.
-          Verdachte G. zegt dat het de bedoeling was dat ze gezellig uit zouden gaan met zijn drieën. Haaks daarop staat haar verklaring dat ze maar in de auto bleef wachten toen Dimitri de woning van het slachtoffer in ging, omdat ze het alleen maar erger zou maken als ze mee zou gaan. Hoezo maakt ze het erger? Ze zouden toch gezellig uitgaan?
-          verdachte G. zegt dat Dimitri de woning uitkwam en dat ze weg zouden gaan. Zij had echter maandverband nodig. Dimitri zei dat hij het zou gaan halen en gaat via het balkon de woning in. Verdachte G. zegt dat ze achter hem aanging via het balkon, omdat ze niet snapte wat hij bedoelde. Dimitri zegt daarentegen dat hij, toen hij merkte dat het slachtoffer agressief was, verdachte G. heeft geroepen en dat verdachte G. vervolgens via het balkon de woning is ingeklommen. Tegenstrijdig, verdachte G. zegt dat ze op eigen initiatief de woning inging, terwijl Van IJ. zegt dat hij haar geroepen heeft.
-          Daar komt bij dat het verhaal over het ‘nog even naar binnen gaan om maandverband te halen’ op zich al erg ongeloofwaardig is. Als het slachtoffer zo agressief is als verdacht G. aangeeft en je wilt echt uit haar buurt, dan ga je niet weer de woning in. Maandverband kun je ook bij een tankstation halen.
-          Verdachte G. vertelt tevens tegenstrijdig over het moment dat het slachtoffer op de bank lag en wat de bedoeling van verdachten was. Eerst zegt zij dat het slachtoffer omgekleed moest worden omdat ze mee uit zou gaan. Dat op zich is al vreemd, omdat verdachte G. ook zegt dat zij en Dimitri het slachtoffer helemaal niet mee wilden hebben, omdat ze zo agressief zou zijn. En waarom zijn ze niet weggelopen toen het slachtoffer bewusteloos leek? Wanneer ze geconfronteerd wordt met wat Dimitri bij de politie verklaard heeft over het afleveren van het slachtoffer in de hoerenbuurt, zegt verdachte G. iets heel anders. Ze zegt dat ze een geintje uit wilden halen met het slachtoffer, ze wilden haar naar de hoerenbuurt brengen. Dit staat haaks op haar – vlak daarvoor gemaakte – opmerking over gezellig uitgaan met zijn drieën. Welke versie is nou de juiste? Verdachte G. weet het zelf niet meer.
-          Ze zegt dat het slachtoffer, toen zij de woning in kwam, agressief was, ze sloeg en trapte Dimitri. Verdachte G. zegt dat verdachte Van IJ. voorstelt dat ze de woning gaan verlaten. Ze is te agressief, ze willen haar niet mee hebben. Ze handelen echter totaal anders. Gezellig wat gedronken met het slachtoffer, haar omgekleed omdat ze mee uit moest gaan? Ik geloof er niks van. Ze hadden op meerdere momenten gewoon weg kunnen gaan.
-          En waarom is nog het geluid van het scheuren van tape te horen als het slachtoffer bloot op tafel ligt en lijkt het alsof ze tape over haar mond heeft? En wat was de bedoeling van haar worst? Verdachte G. draait in haar verhaal, maar geeft absoluut geen duidelijkheid!
-          Zij en Van IJ. konden niet anders dan het slachtoffer vastbinden, omdat ze zo agressief was (beroep op noodweer). Absoluut onzin, verdachten hadden de woning van het slachtoffer al verlaten (de “dreiging” was dus al verdwenen), maar gaan vervolgens weer naar binnen om het slachtoffer vast te binden.
Conclusie: absoluut geen enkele waarde hechten aan de ter zitting afgelegde verklaring van G, integendeel…
 
Ander ondersteunend bewijs voor het verhaal van het slachtoffer:
verbalisant Klijnstra (blz. 37-38) constateert dat de balkondeur slotvast is afgesloten, het balkonraam was niet afgesloten. Er is geen braakschade aan de toegangsdeuren van de woning. Hij ziet op diverse plaatsen gebruikt tape liggen. In de woonkamer staat een camera, gericht op de bank. Er liggen kledingstukken op de bank.
 
In de woning zijn opnames gemaakt met een videocamera. Verbalisant Zanderink (blz. 67 e.v.) heeft de beelden uitgekeken. Hij hoort meermalen het geluid van het lostrekken van tape. Er wordt tussen verdachten gesproken over het uitkleden van het slachtoffer. Te zien is dat verdachten het slachtoffer samen vastpakken en van de bank naar de tafel verplaatsen. het slachtoffer ligt op haar rug. Haar mond is afgeplakt met tape. IJ zegt: “het is niets kleedt jij maar uit dan pak ik de spullen”. IJ legt de worst op tafel. Als de vrouw uitgekleed is, wordt zij in een zittende houding gebracht. G zegt dan “wat de fuck is dit”. IJ zegt: “ja dat komt allemaal. Ze gaat een flinke show geven”. G: “dit is worst”. Dan stopt de video-opname.
 
Uit het proces-verbaal van verbalisant Brand (blz. 53) blijkt dat men in de woning een witte worst aantreft, gelijkend op het voorwerp dat zichtbaar is op de video.
 
Verder is de laptop van verdachte G. onderzocht. Verbalisant Blok heeft in een proces-verbaal een deel van de e-mailwisseling tussen IJsseldijk en verdachte G. weergegeven:
10 april 2009, 18.08 uur (IJ naar G): “laat me weten op de mail of je kunt zaterdagnacht. Anders verplaatst alles tot eind april”.
10 april 2009, 18.50 uur (G naar IJ): “hey ik zou je toch tegen 1930 bellen? Ja ik kom zaterdag nacht.. nacht dus wordt wel na 00:00 ik”
11 april 2009, 9.29 uur (IJ naar G): “vanavond, he ik hoop dat je er echt klaar voor bent. Het wordt nu zwaar en weer heftig. Er is geen weg terug meer”. “En heb je toevallig nog kleding over waar zij in zou kunnen werken… En neem voor jezelf ook wat mee wat het zou wel even kunnen duren. Deem”.
11 april 2009, 13.25 uur: “ik praat wel met je wanneer ik daar ben… en ik denk niet dat ik iets voor haar heb S”.
De verklaring van verdachte G. ter zitting dat ze zomaar wat getypt heeft naar Dimitri, is ongeloofwaardig.
 
Op de video is te zien dat het slachtoffer gekleed is in een broek en een shirt, op het moment dat ze aanbelt bij de buurvrouw draagt zij een rokje en hakken.
 
Als ik dit allemaal leg naast de verklaring van aangeefster, kan ik niet anders dan concluderen dat – ondanks de verklaringen over de persoon van het slachtoffer in het dossier – deze verklaring betrouwbaar is. Het is een gedetailleerde verklaring, die op essentiële onderdelen overeenstemt met de hiervoor genoemde verklaringen van verdachten, getuigen en ander bewijsmateriaal.
 
hij kwam van het balkon, pakt haar van achteren beet, roept de tweede persoon, die is via het balkon binnengekomen. het slachtoffer wordt getapet, vastgebonden en op een stoel gezet. Daarna naar de bank verplaatst en uiteindelijk op de tafel gelegd. Ze wordt uitgekleed. Ze wordt in haar gezicht geslagen. Er worden video-opnamen gemaakt, het slachtoffer wordt betast en ze wordt gedoucht en aangekleed door de verdachten.
 
Ook over dingen als het bellen met de zus van verdachte, de reactie van verdachte daarop en de tijdstippen verklaart het slachtoffer aantoonbaar betrouwbaar. Ze overdrijft of liegt wat mij betreft ook niet, door heel eerlijk te vertellen dat ze bijvoorbeeld niet weet of de worst in of tegen haar vagina is geweest.
 
Geconcludeerd kan worden dat wat het slachtoffer in de dagen na de Pasen vorig jaar aan haar buren en de politie heeft verteld, niet zozeer een sprookje of het draaiboek van een Hollywood-film is, zoals getuigen haar verhaal typeren, maar flarden van de bizarre dingen die in de nacht van 11 op 12 april 2009 zijn gebeurd. Ik zei het al, de realiteit is soms gruwelijker dan een film. De verklaring van aangeefster kan als bewijsmiddel worden gebruikt.
 
Het verwijt richting het slachtoffer dat zij geen verzet heeft geboden tegen Van IJ. en G. vind ik absoluut onterecht. Integendeel. Wat doe je op zo’n moment? Het slachtoffer weet met wie zij van doen heeft (Van IJ. is eerder veroordeeld voor gijzeling en verkrachting), het slachtoffer is alleen, terwijl verdachte met zijn tweeën zijn. Daarbij heeft het slachtoffer zich eerder die nacht verzet, zo vertellen Van IJ. en G., het slachtoffer zou erg agressief zijn geweest. Dat verzet is echter zinloos gebleken, het slachtoffer werd overmeester, getaped en vastgebonden. De tactiek van het slachtoffer om zich bewusteloos te houden heeft gelukkig effect gehad. Verdachte hebben haar achtergelaten terwijl ze een auto gingen halen en het slachtoffer heeft kans gezien te ontsnappen.
 
Conclusie: voldoende wettig en overtuigend bewijs dat het slachtoffer wederrechtelijk van haar vrijheid is beroofd en beroofd is gehouden. Gelet op de weergegeven feitelijke gang van zaken in de woning, maar ook in de dagen voorafgaand aan het incident, is er sprake geweest van een bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering tussen verdachten op alle elementen van het tenlastegelegde feit. Verdachten hebben beide een actieve rol vervuld in het geheel en hebben zich beide geen moment gedistantieerd van de gebeurtenissen.
 
Verder is er ook voldoende wettig en overtuigend bewijs voor de eveneens onder feit 1 tenlastegelegde diefstal met geweld, in vereniging gepleegd:
 
Het slachtoffer verklaart dat ze hoort dat verdachten haar woning doorzochten, ze hoorde kastjes en laatjes opengaan. Ze verklaart dat haar pinpas uit haar broek is gepakt en dat verdachte van IJ. haar vervolgens in haar gezicht heeft geslagen om haar pincode te verkrijgen. Medeverdachte G. heeft haar eveneens gevraagd naar haar pincode. Verdachte van IJ. wordt door verbalisanten Floor en Engbersen (blz. 39 e.v.) aangetroffen met de pinpas en andere documenten van het slachtoffer in zijn zak. Hij bevestigt tevens dat hij haar meermalen op haar wang heeft getikt. Verdachte G. heeft hierover – ook ter zitting – niets willen verklaren.
 
Welke van de verdachten de pinpas daadwerkelijk op zak heeft, vind ik niet van belang. Het is een duidelijk vooropgezet, goed uitgedacht plan van verdachten. In de mailwisseling tussen verdachten van de dagen voor het incident wordt gesproken over kleding waarin het slachtoffer zou kunnen werken. Hieruit volgt dat beide verdachten een vermogensmotief hebben, ze willen blijkbaar geld aan het slachtoffer verdienen. En wat de bedoeling was van het meenemen van het paspoort, de sleutels en de andere documenten, verdachten zeggen niets. Ik kom tot een bewezenverklaring van beide onder feit 1 tenlastegelegde feiten.
 
Feit 2 op de dagvaarding: verkrachting, dan wel aanranding van het slachtoffer:
 
Het slachtoffer verklaart dat ze op de bank lag en deed alsof ze erg dronken was. Ze wordt vervolgens uitgekleed. Verdachte van IJ. zegt tegen verdachte G. dat ze het slachtoffer vast moet houden bij haar benen. Dan voelt ze dat verdachte van IJ. haar borsten en buik betast. Ze voelt ook iets kouds tussen haar benen over haar vagina. Verdachte G. zegt dat verdachte van IJ. geen sporen moet achterlaten. Dan voelt het slachtoffer lauwe spetters op haar buik terechtkomen (blz 45 e.v.). Ze weet niet of dat koude ding in haar vagina is geweest. Ze was zo bang dat ze dat niet meegekregen heeft. Verdachte van IJ. houdt er volgens het slachtoffer wel van om voorwerpen in haar vagina te stoppen, hij hield van extreme en gewelddadige seks.
 
Verdachte IJsseldijk ontkent dat er seksuele handelingen met het slachtoffer zijn verricht, verdachte G. beroept zich op haar zwijgrecht. Ik ben van mening dat er desondanks voldoende wettig en overtuigend bewijs voor de aanranding kan worden gevonden.
 
Zoals gezegd bij de bewezenverklaring van het eerste feit, de aangifte van het slachtoffer wordt op diverse essentiële punten ondersteund door verklaringen van verdachten, getuigen en bevindingen van verbalisanten. De verklaring van het slachtoffer is betrouwbaar, gedetailleerd, consistent en kan als uitgangspunt voor de bewezenverklaring van dit zedenfeit worden gebruikt.
 
Hetgeen te zien is op de videoband ondersteunt tevens het verhaal van aangeefster:
-          het slachtoffer wordt uitgekleed en ligt naakt op tafel
-          de vrouw wordt in een zittende houding gebracht, terwijl zij zich op de tafel bevindt
-          verdachte van IJ. legt een voorwerp, kennelijk een worst, op tafel. Vervolgens spreken verdachten met elkaar:
o        verdachte G. zegt: “wat de fuck is dit?”
o        verdachte van IJ. zegt: “ja, dat komt allemaal. Ze gaat een flinke show geven…”.
o        verdachte G. : “dit is worst”.
Vervolgens stopt de tape. Duidelijk is dat de worst gebruikt gaat worden. Het slachtoffer verklaart betrouwbaar over wat er gebeurd. De verklaring van verdachte G. ter zitting daarentegen, is totaal ongeloofwaardig.
De worst die te zien is op de video wordt aangetroffen op de tafel in de woning. Het NFI heeft onderzoek gedaan naar de worst. Hieruit is gebleken dat zich op het uiteinde van de worst sporen bevinden van het slachtoffer en verdachte Van IJ.. En anders dan verdachte G. beweert komen dergelijke sporen niet via de vingers van verdachte van IJ. op die worst terecht.
 
Uit het DNA-onderzoek aan het uiteinde van de worst blijkt dat er een mengprofiel op zit. Het DNA-profielen van verdachte Van IJ. en het DNA-profiel van de bemonstering van de “vagina inwendig” van het slachtoffer matchen met de DNA-kenmerken in het profiel. Dit betekent dat de worst in aanraking is geweest met zowel verdachte als aangeefster.
 
Betekent dit dat de conclusie mag worden getrokken dat de worst in de vagina van het slachtoffer is geweest? Nee, niet duidelijk is hoe het materiaal op de worst is gekomen (kan net zo goed van aanraken van het slachtoffer afkomstig zijn). Dit betekent dat niet 100% kan worden vastgesteld dat de worst in of tegen de vagina is geweest, maar dit kan ook niet worden uitgesloten. Echter, nu het slachtoffer zelf aangeeft dat ze iets kouds tussen haar benen heeft gevoeld, maar niet zeker weet of dit in haar vagina of tegen haar vagina is geweest, kom ik – alles in ogenschouw nemend – tot de conclusie dat er een bewezenverklaring van aanranding moet komen. Bewezen kan worden dat verdachten de borsten, de buik en de vagina van het slachtoffer hebben betast, zoals het slachtoffer heeft verklaard.
 
Er is ook geen enkele aanwijzing dat het anders geweest zou moeten zijn. Verdachte van IJ. houdt zijn mond en geeft geen deugdelijke verklaring voor de aanwezigheid van zijn DNA en dat van het slachtoffer op die worst en ook op de opvallende plek op die worst: het uiteinde. Daartegenover staat de duidelijke consistente verklaring van aangeefster, die op relevante onderdelen wordt ondersteund. Er is dan wat mij betreft geen enkele andere lezing mogelijk dan dat het slachtoffer is aangerand door de verdachten.
 
Ondanks dat ik vooral spreek over de rol van verdachte Van IJ., kan ook hier geconcludeerd worden dat verdachten dit feit samen hebben gepleegd. Bij de bewezenverklaring van het eerste feit heb ik duidelijk aangegeven wat de rol van verdachte G. is geweest. Ook bij dit zedenfeit blijkt uit de verklaring van het slachtoffer, verdachte van IJ. en de video-opnames dat verdachte G. een actieve rol vervulde in het geheel. Ze heeft het slachtoffer getapet, uitgekleed en vastgepakt bij haar benen, terwijl verdachte Van IJ. haar betast heeft. Verdachte G. geeft verdachte Van IJ. ook aanwijzingen, hij mag geen sporen in het slachtoffer achterlaten. Ook de zus van verdachte Van IJ. geeft iets aan over de persoon verdachte G.. In het najaar 2008 wordt zij benaderd door verdachte G.. Op het moment dat de zus zegt dat ze niet gaat vertellen waar verdachte Van IJ. zich bevindt, wordt de toon van verdachte G. dwingender.
 
Alle feiten kunnen voor beide verdachten wettig en overtuigend bewezen worden.
 
Ik heb al gezegd dat deze zaak voor ontzettend veel angst en onrust heeft gezorgd in de omgeving van het slachtoffer, maar ook landelijk. Deze zaak heeft enorme maatschappelijke commotie veroorzaakt. Al die commotie leidt echter de aandacht af van degene die doodsangsten heeft uitgestaan, het slachtoffer in deze zaak. Zij is in haar eigen woning overmeesterd, vastgebonden en aangerand, ze was totaal hulpeloos. Ze is vernederd, geïntimideerd en gekweld, in haar eigen veilige omgeving. het slachtoffer beseft dat ze, door te kunnen vluchten, door het oog van de naald is gekropen. Verdachten zijn als beesten tekeer gegaan en het is niet aan hen te danken dat het slachtoffer verdere kwelling is bespaard.
Zij heeft weliswaar een TBS-verleden, maar haar behandeling is in 2007 geëindigd. Zij heeft toen, in overleg met haar begeleiders, haar omgeving niet verteld dat zij een dergelijke behandeling heeft ondergaan. Juist om te voorkomen dat mensen haar anders benaderen, haar geen kans geven. Ze wilde een nieuwe start maken.
 
Sinds haar omgeving heeft gehoord van haar verleden, zien ze haar als een monster, een lopende tijdbom, een leugenaar, een fantast. Terwijl deze kwetsbare vrouw, zoals ze zelf bij de rechter-commissaris verklaart, tegenover mensen die ze vertrouwde gewoon haar verhaal heeft gedaan. Ze had daar behoefte aan omdat ze haar emoties kwijt moest.
 
Mensen wantrouwen haar. En als ze dan met het verhaal over de gebeurtenissen met Pasen komt, gelooft niemand haar meer. Omdat het, dat kunnen we zelf ook concluderen, te bizar is om te bedenken, het is onvoorstelbaar.
 
Het leven van het slachtoffer is in elkaar gestort. Ze kan niet terug naar haar woning. De buren denken dat als verdachte van IJ. in de fout kan gaan, dit ook voor haar kan gelden. “TBS-ers zijn criminelen”. Ze willen haar geen tweede kans geven. Haar sinds 2007 opgebouwde leven is kapot, haar veilige plek, haar veilige gevoel, alles is ze kwijt. Ze moet weer opnieuw beginnen. Slachtofferverklaring: ze heeft nog steeds nachtmerries, angst op straat, bang dat hij wraak zal nemen. Ze kijkt altijd achterom en leeft voortdurend in angst. Ze werkt en sport niet meer.
 
Achteraf concludeert de Van der Hoevenkliniek dat verdachte Van IJ. zich buiten het waarnemingsveld van de kliniek niet aan de behandel- en verlofafspraken heeft gehouden. Er is sprake van schijnaanpassing en heimelijkheid geweest. Er is niet gemeld door verdachte Van IJ., het slachtoffer of het netwerk van verdachte Van IJ. dat er sprake was van seksueel grensoverschrijdend gedrag en evenmin is er gemeld dat verdachte Van IJ. sinds de tweede helft van 2008 het contact met zijn vroegere vriendin, verdachte G. , weer heeft hersteld. Ook heeft verdachte, zo verklaart hij zelf, alcohol gedronken, tegen de afspraken met de kliniek in.
 
De relatie tussen verdachte Van IJ. en het slachtoffer is jarenlang begeleid vanuit de kliniek. Er zijn veel gesprekken met hen beide, maar ook met het slachtoffer apart gevoerd. In geen van die gesprekken heeft ze melding gemaakt van de heftige dingen die ze meemaakte, integendeel. Het slachtoffer heeft hier een plausibele verklaring voor. Ze zegt dat ze wist dat hij naar de longstay zou moeten op het moment dat ze haar verhaal zou doen. Het slachtoffer was voor verdachte Van IJ. een veilige factor. Zolang de relatie in stand bleef, kreeg hij vrijheden. Ze was bang, ze voelde druk en daarnaast hadden ze jarenlang een relatie. Ook heeft verdachte Van IJ. haar en haar familie bedreigd. Het slachtoffer had de overtuiging dat hij zijn bedreigingen uit zou voeren, hij kent mensen die de klus voor hem zouden kunnen opknappen. Ze heeft zich door angst laten leiden. Ook in 1 op 1 gesprekken heeft ze het niet durven vertellen, ze was bang dat dit bij hem terecht zou komen en niet ten onrechte. In het verleden heeft de kliniek door de familie van verdachte Van IJ. verstrekte vertrouwelijke informatie doorgespeeld aan verdachte. Hij heeft toen boos gereageerd richting zijn familie. Het is dan ook meer dan voorstelbaar dat het slachtoffer en familieleden van verdachte Van IJ. terughoudend zijn geweest in het verstrekken van informatie naar de kliniek.
 
Sindsdien hebben verdachten blijkbaar, buiten het oog van het slachtoffer en de kliniek, deze actie samen gepland. Er kwam een kink in de kabel toen het verlof van verdachte Van IJ. tijdelijk werd stilgelegd nadat hij de relatie met het slachtoffer had verbroken in februari, maar op het moment dat verdachte Van IJ. aangaf dat hij en het slachtoffer het weer wilden proberen, mocht hij vrij snel weer met verlof. Zijn plan kon toch doorgang vinden.
 
Het slachtoffer verklaart dat ze hoorde dat verdachten haar wilden verkopen, zodat ze genoeg geld hadden om te vluchten uit Nederland. Het slachtoffer vertelt dat verdachten haar hebben omgekleed, voordat ze de woning hebben verlaten. Ook dit deel van het verhaal van het slachtoffer wordt bevestigd door andere verklaringen en bevindingen:
  • verdachten hebben, buiten het zicht van de kliniek en het slachtoffer, sinds september/oktober 2008 contact, in persoon en via de email
  • Uit het proces-verbaal van verbalisant Blok over het e-mailverkeer blijkt het volgende:
-          verdachten hebben afgesproken om elkaar zaterdagnacht te treffen bij het slachtoffer. Mocht een van twee niet kunnen, dan verplaatst alles zich tot eind april (email 10 april 2009).
-          verdachte Van IJ. vraagt of verdachte G. kleding over heeft waar “zij” (het slachtoffer) in zou kunnen werken. verdachte G. antwoordt dat zij niet denkt dat ze iets heeft.
Er is een rechtshulpverzoek gedaan om de totale mailwisseling tussen verdachten van de laatste maanden op te vragen, maar dat heeft tot op heden helaas geen resultaat gehad.
  • verdachte van IJ. verklaart bij de politie dat hij tegen de andere persoon (dat is verdachte G.) heeft gezegd dat hij het slachtoffer betaald zou zetten wat ze hem allemaal heeft aangedaan. Hij heeft gezegd dat ze haar in een of andere hoerenstraat zouden brengen en dan weg zouden gaan.
  • De andere persoon heeft het slachtoffer vervolgens aangekleed, zo verklaart verdachte van IJ..
  • De buurvrouw bevestigt dat het slachtoffer keurig aangekleed heeft aangebeld toen zij de woning was ontvlucht. Op de videobeelden is te zien dat ze een broek draagt op het moment dat ze op de bank ligt, tijdens haar vlucht draagt ze hakken en een rokje.
  • Uit de bijgevoegde fotorapportages blijkt dat er kleding klaar lag op de bank en op de slaapkamer.
 
Hieruit volgt dat wat er zich in de woning van het slachtoffer heeft afgespeeld tijdens Pasen 2009 geen incident was, het was een zorgvuldig uitgedacht plan, wat spaak liep, enkel en alleen omdat het slachtoffer kans zag om de woning te ontvluchten en hulp in te schakelen.
Haar tactiek om zich bewusteloos te houden heeft succes gehad.
 
Dan kom ik tot een bespreking van de persoon van de verdachte G. .
Verdachte G. is in 1997 voor het laatst veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van maanden voor handel in harddrugs.
 
Verdachte G. is geobserveerd in het Pieter Baan Centrum. Zij heeft daar geweigerd mee te werken aan onderzoeken van de psycholoog en psychiater. Ook haar levensloop is, vanwege de weigering van referenten om inlichtingen te verstrekken, niet in kaart gebracht. Naar aanleiding van observaties worden diverse mogelijke ziekelijke stoornissen en/of gebrekkige ontwikkelingen van de geestesvermogen uitgesloten.
 
Belangrijke vragen blijven echter onbeantwoord:
-          aard en intensiviteit van de relatie met medeverdachte is onduidelijk
-          motieven om de relatie aan te gaan en te onderhouden zijn niet aan het licht gekomen
-          aanwezigheid van mogelijke verhulde pathologische persoonlijkheidskenmerken, in de sfeer van borderline en antisociale kenmerken kunnen niet worden bevestigd en evenmin worden weerlegd
-          Kwaliteit van haar gewetensfunctie blijft in ongewisse
 
Eindconclusie van de onderzoekers is dat het door de weigering van verdachte niet mogelijk is de vragen met betrekking tot de geestesvermogens, de toerekenbaarheid en de kans op herhaling te beantwoorden. De reclassering kan evenmin conclusies aangaande recidive trekken. Wel is er met verdachte gesproken over haar verleden.
 
Ik ga er – alles overziend – van uit, dat er niet is gebleken van een verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid. Ik houd verdachte G. daarom volledig verantwoordelijk voor haar daden.
 
Gelet op de ernst van de feiten en de rol van verdachte is een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats. Ik vraag u om aan verdachte G. op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.
 
 
Dan kom ik nu tot een bespreking van de persoon van de verdachte van IJ.
 
Verdachte is in april 2000 opgenomen in Oldenkotte. Er vinden daar incidenten plaats en hij voort een continue strijd. In 2005 wordt onderzocht of verdachte voor een longstayplaatsing in aanmerking komt, of dat er in een andere kliniek gekeken moet worden of er een doorbraak in de behandeling kan worden bereikt. Verdachte wordt in 2006 opgenomen in de Van der Hoevenkliniek. Na een beginperiode van tegenwerking, heeft hij constructief meegewerkt aan zijn behandeling en kreeg hij steeds meer vrijheden. Uiteindelijk heeft verdachte deze feiten gepleegd tijdens een onbegeleid proefverlof.
 
Verdachte van IJ. heeft zijn medewerking aan het onderzoek in het Pieter Baan Centrum consequent geweigerd. Onderzoekers hebben gebruik gemaakt van diverse oude rapportages en adviezen.
 
De psycholoog kan op basis van zijn eigen onderzoek geen diagnose stellen. De psychiater kan verdergaande diagnostische overwegingen maken:
-          het bestaan van eventuele ziekelijke stoornissen in de vorm van parafilie en/of middelenmisbruik kan noch weerlegd, noch bevestigd worden.
-          De gebrekkige ontwikkeling wordt bepaald door antisociale, narcistische en theatrale persoonlijkheidsstoornissen.
-          Hij onderschrijft de in eerdere onderzoek vastgestelde hoge mate van psychopathie.
 
Verdachte heeft ten overstaan van de psychiater gezegd dat hij het eens is met het laatste verlengingsadvies. “De diagnoses en het ziektebeeld kloppen gewoon”.
 
Als eindconclusie stellen onderzoekers dat verdachte ten tijde van het plegen van de feiten lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Het is niet mogelijk een uitspraak te doen over de toerekeningsvatbaarheid en de kans op herhaling. Feit is wel dat verdachte, gelet op zijn gebrekkige ontwikkeling, niet volledig toerekeningsvatbaar is.
 
Feit is wel dat de feiten waar verdachte vandaag voor terechtstaat bijna exact gelijk zijn aan die waarvoor hij in 1995 is veroordeeld voor vrijheidsberoving, verkrachting en afpersing van een jonge vrouw. Macht, controle, geweld, seks en vernedering speelden toen, maar ook bij de huidige feiten een belangrijke rol. Ik ben van mening dat de maatschappij maximaal beschermd moet worden tegen deze uitermate gevaarlijke man.
 
Er is voldaan aan de eisen die de wet stelt aan het opleggen van een TBS-maatregel. Verdachte leed bij het begaan van de feiten aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis zijn geestvermogens. Verder staat er op de misdrijven een gevangenisstraf van vier jaar of meer en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist die maatregel. Verdachte heeft laten zien totaal geen respect te hebben voor de lichamelijke integriteit van andere personen. Het risico dat verdachte zich wederom schuldig zal maken aan excessieve gewelds- en of zedendelicten is zo groot dat die TBS-maatregel moet worden opgelegd. Ik zei het al, bescherming van de maatschappij heeft de hoogste prioriteit. Mocht er daarnaast nog iets van behandeling mogelijk zijn, dan is dat mooi meegenomen, maar dit vind ik absoluut van ondergeschikt belang.
 
De TBS-maatregel waarin verdachte liep is opgeschort hangende deze strafzaak. Er moet naar mijn mening een nieuwe TBS-maatregel worden opgelegd, zodat onderhavige feiten het uitgangspunt vormen bij eventuele beoordelingen en verlengingen in de toekomst.
 
Daarnaast rechtvaardigen deze gruwelijke feiten, het planmatig karakter van het handelen van verdachte en zijn eerdere veroordelingen, ook een langdurige gevangenisstraf, ter beveiliging van en als signaal richting de maatschappij.
 
Daarom vraag ik u, naast de TBS-maatregel met bevel tot verpleging, een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 8 jaren.